Majesteitszegel van keizer Karel IV, 1355.
Zegels als dit exemplaar werden van bijenwas gemaakt en aan de belangrijkste oorkonden gehangen. Voor de allerplechtigste stukken gebruikte Karel IV daarnaast een gouden bul.
Voorzijde: de keizer zittend op zijn troon, met kroon, scepter en rijksappel. De kroon heeft drie bladeren en één beugel en is gevoerd met een mijter. Aan weerszijden van de troon een wapenschild, gedragen door adelaars: rechts het wapen van het huis Luxemburg-Bohemen, links dat van het Heilige Roomse Rijk.
Legenda: KAROLVS QVARTVS DIVINA FAVENTE CLEMENCIA ROMANORVM IMPERATOR SEMPER AVGVSTVS ET BOEMIE REX
Vertaling: Karel de Vierde, door de gunst van de goddelijke genade Rooms keizer, altijd verheven, en koning van Bohemen.
Keerzijde: een secretum, ook wel contrasigillum of contrazegel genoemd, met een adelaar. Dit kleinere zegel werd in de achterkant van de was gedrukt en diende als extra waarborg tegen namaak.
Legenda: + IVSTe + IVDICATe + FILII + hOmInVm
Vertaling: Oordeelt rechtvaardig, gij mensenkinderen. De zin komt uit Psalm 57 vers 2 in de Vulgaat en is een bewuste keuze van een vorst die zichzelf als rechter over het Rijk zag.
Vergelijkbaar exemplaar: Archief van de Boheemse Kroon, NA, AČK, inv. nr. 475.
Karel IV
Geboren in mei 1316 in Praag, oorspronkelijk Wenceslaus genoemd, gestorven in 1378. Vanaf 1346 Rooms koning en koning van Bohemen, vanaf 1355 keizer van het Heilige Roomse Rijk. Hij werd op zijn zevende naar het Franse hof gestuurd voor zijn opvoeding, en dat is te merken aan de manier waarop hij later regeerde.
Hij was een van de meest geleerde en diplomatiek handigste vorsten van zijn tijd. Waar anderen oorlog voerden, kocht, trouwde en erfde hij zijn macht bij elkaar. Onder zijn bewind werd Praag het politieke, economische en culturele hart van het Roomse Rijk en uiteindelijk de hoofdstad.
In 1354 trok Karel met een gewapend gevolg naar Italië om het gezag van het huis Luxemburg en de Boheemse bezittingen erkend te krijgen. Begin januari 1355 ontving hij in Milaan de ijzeren kroon van Lombardije, en met Pasen, op 5 april 1355, in Rome de keizerskroon uit handen van de pauselijke legaat. Dit zegel hoort bij die nieuwe titel.
Op het hoogtepunt van zijn regering strekte het Heilige Roomse Rijk zich uit over Midden-Europa en een deel van Zuid-Europa.
