De munt van Philips de Schone

De Gelderse munt in Zaltbommel, 1482 tot 1492.

Op 27 mei 1482 vertrok Bernaert Proys vanuit Nijmegen naar Antwerpen om zijn beklag te doen bij aartshertog Maximiliaan. Proys was muntmeester van Gelre. Dat was geen gewone ambtenaar. Een muntmeester kreeg van de vorst het recht om munten te slaan, maar hij deed dat met zijn eigen geld en voor eigen risico. Ging het mis, dan was het zijn verlies.

Wat hem dwarszat: in Bommel werd gemunt door iemand anders. Matheus Nijkamer had toestemming gekregen om daar halve stuivers, oortjes, negenmennekens en hellerpenningen te slaan. Proys noemde het vals geld. Dat was zijn woord, niet dat van de onderzoekers. In werkelijkheid ging het om een concurrent die in zijn gebied zat te werken. Hij bleef 81 dagen onderweg, reisde Maximiliaan achterna tot Leuven, en kreeg zijn zin. Het munten in Bommel werd verboden.

Een hertog van vier jaar oud

Twee maanden voor die reis, op 27 maart 1482, was Maria van Bourgondië overleden. Haar zoon Filips de Schone werd hertog van Gelre. Hij was toen vier jaar oud. Zijn vader Maximiliaan regeerde voor hem. Alle munten die hier in Zaltbommel op naam van Filips zijn geslagen, komen dus uit de jaren dat hij nog een kind was.

1483: de munt komt naar Bommel

In het voorjaar van 1483 werd Nijmegen onhoudbaar. Kooplieden brachten hun goud en zilver naar het munthuis om er munten van te laten maken, en die durfden er niet meer te komen omdat de wegen te onveilig waren. Toen kwam Proys zelf naar de stad waar hij een jaar eerder zijn concurrent had laten verbieden munten te slaan. Hij huurde een huis van Jan van Huesden, burger van Bommel. Op 29 maart 1483 stond de Gelderse munt in onze stad.

Bijna twee jaar draaide het bedrijf hier. Op 25 februari 1485 verliet de laatste partij het munthuis.

1485 tot 1487: de stille jaren

Op 13 april 1485 tekenden Maximiliaan en Filips een besluit dat alles veranderde. Voortaan moest het munten van Brabant, Gelre en Holland op één plek gebeuren: Mechelen. De munthuizen van Antwerpen, Zaltbommel en Dordrecht gingen dicht.

Daar zat geld achter. Maximiliaan had een opstand in Vlaanderen aan zijn broek en had inkomsten nodig. Belasting innen lukte nauwelijks, dus probeerde hij meer uit het munten te halen. Begin 1485 verviervoudigde hij ongeveer het bedrag dat de muntmeester aan de vorst moest afdragen. Dat werkte niet. Al in december van datzelfde jaar ging het tarief terug naar het oude niveau.

Wat er in die jaren met de Gelderse munt gebeurde, weten we niet. De rekeningen van de muntmeester zwijgen. Misschien stond de munt korte tijd in Mechelen, misschien lag hij gewoon stil. Proys zelf ging terug naar Arnhem en sloeg daar kleingeld voor de kerk. Hij had bovendien ruzie met Brussel. Hij had de vorst 800 pond geleend en kreeg dat in slechter geld terug. Nog in 1490 schreef hij verwijtend: wil mijn genadige heer zwaar geld ontvangen, dan moet hij ook zwaar geld betalen.

1487: de munt draait weer

Op 5 augustus 1487 werd Thielman Kellener vanuit Bommel naar Den Haag gehaald. Kellener was essayeur, de keurmeester die controleerde of er wel genoeg zilver in de munten zat. In de Hollandse rekening staat hij genoemd als essayeur van de munt van Gelre die men houdt te Bommel. Daarmee staat vast dat het munthuis hier weer in bedrijf was.

Wie toen muntmeester was, is onbekend. De stempels voor de munten van 1488 en 1489 werden gesneden door Jan van Nijmegen, de ijzersnijder van de munt van Brabant en Mechelen. De stukken uit deze jaren zijn vaak te herkennen aan de letter B in het hart van het kruis. De B van Bommel.

1492: het einde

In april 1492 viel Arnhem in handen van Karel van Egmond. Gelre ging voor de Bourgondiërs verloren. De munt verhuisde naar Mechelen, waar Proys hem van 1492 tot 1494 nog draaiende hield. Daarna verdwijnt hij uit beeld. Hij overleed vóór 4 juli 1497, waarschijnlijk in Antwerpen.

Filips de Schone kwam pas in 1505 terug in Gelre. In zijn legerkamp bij Brummen beloofde hij op 15 juli dat een nieuwe Gelderse munt in Arnhem zou komen. Zover kwam het niet. Hij stierf op 25 september 1506 in Burgos, achtentwintig jaar oud. De landsheerlijke munt is nooit meer naar Zaltbommel teruggekeerd.

Gallerij