Stuiver zaltbommel
1581
Type: Stuiver z.j. (1581) mmt. Granaatappel
Clemens van Eembrugge als muntmeester (1579-1581)
Vz: Stadswapen zonder schildhouders + MONETA-NOVA-FACTA-BOEME
Kz: Lang gevoet kruis met zwaard in het hart + DVRAE-NECES-SITATI-SOPVS
Zaltbommel koos in 1572 de kant van Willem van Oranje. Terwijl veel andere Gelderse steden daarna weer onder koninklijk gezag kwamen, bleef Zaltbommel aan de zijde van de Opstand. De stad stond rechtstreeks onder bescherming van Oranje en opereerde daardoor lange tijd grotendeels buiten het gezag van de Staten van Gelderland. In 1579 gebruikte zij die uitzonderlijke positie om een eigen stedelijk munthuis op te richten. Clemens van Eembrugge werd muntmeester en gebruikte de granaatappel als zijn muntmeesterteken.
Op de keerzijde van deze stuiver staat DVRAE NECESSITATIS OPVS: ‘een werk uit bittere noodzaak’. Dat klinkt alsof het om noodgeld uit een belegering gaat, maar dat was niet het geval. Het opschrift verwees naar de behoefte aan muntgeld en naar de kosten van de verdediging en de zelfstandige positie van de stad. Tegelijkertijd leverde de muntslag Zaltbommel aanzienlijke inkomsten op. Zonder toestemming van de Staten van Gelderland imiteerde de stad bestaande provinciale muntsoorten die in het dagelijkse betalingsverkeer al bekend waren.
Vlak bij Zaltbommel lag de concurrerende munt van Hedel. Daar was Anthonis van Eembrugge, de broer van Clemens, muntmeester. De broers hadden een slechte verhouding en de concurrentie maakte die er niet beter op. Vanaf februari 1580 werkten de Bommelse en Hedelse munt officieel samen, maar in mei 1581 liep een ruzie tussen de broers zo hoog op dat beide muntbedrijven tijdelijk stil kwamen te liggen.
Op 9 juni 1581 werd Clemens op eigen verzoek van zijn eed als muntmeester ontslagen, al bleef hij officieel verantwoordelijk en stond hij borg voor zijn opvolger. Dat was Anthonis van den Griendt, die waarschijnlijk het klaverblad als muntmeesterteken gebruikte. Van dit stuiver type bestaan daardoor twee varianten: een met de granaatappel van Clemens van Eembrugge en een met het klaverblad dat aan Anthonis van den Griendt wordt toegeschreven. Het munttype bleef hetzelfde, maar het kleine teken verraadt welke muntmeester bij de productie betrokken was. Van den Griendt bleef slechts enkele maanden in functie, want hij overleed nog in 1581.
Op 12 oktober 1581 vaardigde het Hof van Gelderland een streng plakkaat uit tegen de munthuizen van Zaltbommel, Hedel en Batenburg. Het personeel moest binnen veertien dagen vertrekken en ook de levering en het vervoer van edelmetaal werden aangepakt. De stad bleef nog enige tijd munten, maar op 7 april 1582 werd het muntwerk voorlopig gestaakt. Pas zeven jaar later zou het Bommelse munthuis opnieuw in bedrijf komen.
De twee varianten van deze stuiver vertellen zo niet alleen iets over geld en handel, maar ook over stedelijke onafhankelijkheid, omstreden muntslag en een familieruzie tussen twee concurrerende muntmeesters.
